Hoe pak je de heropstart na de corona golf aan?

Om de verspreiding van het SARS-CoV-2 virus te vertragen, heeft de overheid verschillende maatregelen genomen. Dit heeft belangrijke maatschappelijke implicaties teweeggebracht, niet in het minst de tijdelijke sluiting van tal van bedrijven. Langzaamaan zullen de teugels lichtjes gevierd worden en kunnen deze bedrijven weer heropstarten, evenwel onder bepaalde voorwaarden. Hiervoor is een actieplan nodig met beschermingsmaatregelen op basis van een risicoanalyse. Voor de opmaak hiervan past men best de logica van de preventiehiërarchie toe.

Bron: E. Kempeers, senTRAL 

Risicoanalyse

Bij de heropstart van een bedrijf moeten zowel de veiligheid en gezondheid van de werknemers gewaarborgd worden, en moet bovendien ook de verspreiding van het SARS-CoV-2 virus onder de bevolking verhinderd worden. Als dit niet voldoende gegarandeerd kan worden, kan en mag een bedrijf niet heropstarten.

Het SARS-CoV-2 virus verspreidt zich via ‘droplet-infectie’: bij hoesten of niezen verspreidt men kleine druppeltjes met viruspartikels. Dit treedt het lichaam van een nieuwe gastheer binnen via de slijmvliezen van de mond, de neus of de ogen. Vandaar ook dat de belangrijkste maatregelen bestaan uit voldoende afstand houden en regelmatig reinigen van mogelijk besmette oppervlakken.

Voor elke werkpost en elke functie dient dus een risicoanalyse uitgevoerd te worden, met een concreet stappenplan voor de hele onderneming dat gedragen wordt door iedereen, van de directie tot de individuele medewerker. De arbeidsinspectie voert controles uit, zowel op de theoretische aanpak als op de praktische uitvoering.

heropstart_werk

De logica van de preventiehiërarchie

1. Het risico verwijderen

Bovenaan de preventiehiërarchie staat het verwijderen van het risico, in dit geval dus de COVID-19 ziekte. Dit zal pas het geval zijn wanneer er een effectief en veilig vaccin beschikbaar is. Het is weinig waarschijnlijk dat dit voor maart 2021 in voldoende grote aantallen beschikbaar zal zijn om de hele bevolking te beschermen. Ook een medicijn dat de ernst van de ziekte voldoende reduceert zal er niet zo snel zijn; de opties die nu getest worden hebben mogelijk een gunstig effect, maar wondermiddelen zijn het niet.

2. De blootstelling verhinderen

  • Als onderneming moet je dus waar mogelijk de blootstelling aan het virus verhinderen. Dit is nog het best te bereiken via telewerk. Hierbij kunnen de medewerkers vanuit hun huis hun werk verrichten, en gaan ze hun collega's of de klanten niet besmetten. Als dit kan worden toegepast, zijn er wel enkele bijkomende aandachtspunten. De werknemers zullen thuis waarschijnlijk niet dezelfde ergonomische hulpmiddelen ter beschikking hebben. Dus moet je als werkgever kijken wat je hier kan of moet voorzien, zoals bijvoorbeeld headsets of aparte toetsenborden. Het gaat immers om de inrichting van een thuiswerkplek. Er spelen ook psychosociale factoren mee voor de werknemers, zeker wanneer dit telewerk langere tijd zal blijven duren.
  • Telewerk is uiteraard niet altijd mogelijk, in tal van sectoren en functies moet de werknemer noodgedwongen fysiek aanwezig zijn op de werkvloer. Hierbij kun je nog steeds de blootstelling aan het virus verhinderen door zieke werknemers niet te laten werken. Zieke werknemers kunnen geïdentificeerd worden via PCR analyse op neusuitstrijkjes. Deze zijn door de te beperkte capaciteit echter voorbehouden aan de zorgsector. Er is nu wel zicht op een gevalideerde test, waarbij de arbo-arts via een bloedstaal snel een zicht zou kunnen krijgen op wie besmet én wie (wellicht) immuun is. Dit is op het moment van schrijven (19/04/2020) echter nog niet het geval.
  • Temperatuurcontroles kunnen een bijkomende maatregel zijn, maar zijn met de nodige omzichtigheid aan te pakken. De infraroodthermometers geven niet erg betrouwbare metingen. Meer dan 30% van de bevestigde besmettingen hebben geen klachten. En men kan al 1 à 2 dagen voor de eerste symptomen besmettelijk zijn. Zulke metingen kunnen dus een vals gevoel van veiligheid geven.
  • Werknemers met een verhoogd risico bij het doormaken van COVID-19 moeten mogelijk preventief verwijderd worden uit een risicovolle arbeidsomgeving. Een structurele verwijdering is niet aan de orde, maar in individuele gevallen kan dit misschien wel aangewezen zijn. De arbo-arts kan een ondersteunende rol vervullen voor een correcte aanpak hiervan.
company-info_van-data-overload-naar-klantwaarde

3. Collectieve bescherming

Collectieve beschermingsmaatregelen zijn aangewezen wanneer werknemers fysiek ter plaatse moeten zijn.

  • Als werkgever kun je werkmethodes en werkposten aanpassen om een afstand van minstens 1,5 meter te voorzien. Als de ruimte beschikbaar is en de werkposten het toelaten, is een fysieke spreiding van de werkomgeving een logische stap. Waar dit niet mogelijk is, kun je evalueren of je het aantal werknemers kunt beperken, bijvoorbeeld door het invoeren van flexibele werkuren. Vergaderingen (als ze dus niet via teleconferentie mogelijk zijn) kunnen misschien met minder mensen, of in grotere ruimtes. Je kunt het aantal zitplaatsen in de bedrijfskantine beperken, en de lunchpauzes meer laten variëren.
  • Waar de afstand van 1,5 meter niet voorzien kan worden, kun je fysieke barrières voorzien, bijvoorbeeld tussenschotten in plexiglas. Het doel is uiteindelijk om de infectie via druppels in de lucht tegen te houden.
  • Hier moet je dus ook aandacht besteden aan het ventilatiesysteem. Doorgaans blijven de druppeltjes niet zo lang in de lucht, maar bij een slechte afstelling van de ventilatiesystemen met onvoldoende afzuiging, hercirculatie van de lucht en een te hoge luchtvochtigheidsgraad, kan dit wel een risicofactor zijn.
  • Het SARS-CoV-2 virus kan uiterlijk tot 2 à 3 dagen overleven op plastic of roestvrij stalen oppervlakken. Het besmettingsrisico neemt in die tussentijd wel exponentieel af, met het grootste risico tijdens de eerste 6-7 uren. Dit houdt in dat een preventiemaatregel eruit kan bestaan om een mogelijk besmet oppervlak gedurende 24 uur laten rusten. Doorgaans is het aangewezen om regelmatig de veelgebruikte oppervlakken te ontsmetten, bijvoorbeeld met een oplossing van alcohol 70% voor kleine oppervlakken of een chlooroplossing zoals natriumhypochloriet (bleekwater) van 0,2%. Let wel, het gebruik van deze ontsmettingsmiddelen houdt op zich ook een risico in, zoals irritatie van de luchtwegen of de huid, of een brandrisico van alcohol op (te) warme oppervlakken.
  • Voor veelgebruikte voorwerpen kun je ook kijken naar onderhoudsvriendelijke alternatieven. Zo bestaan er bijvoorbeeld afwasbare toetsenborden.
  • Een collectieve beschermingsmaatregel kan ook bestaan uit het laten openstaan van deuren zodat men de klink niet meer moet aanraken. Let er hierbij wel op of dit geen branddeur is. Er zijn anders ook hulpmiddelen mogelijk waarbij men de klink met de elleboog kan bedienen.
  • Ook het ontraden van het gebruik van liften is een mogelijke maatregel, gezien hier de afstand van 1,5 meter niet gegarandeerd kan worden en de liftknoppen een mogelijke besmettingsbron vormen. De concrete acties hangen af van de inrichting van het gebouw, zoals de bereikbaarheid én de veiligheid van de trappenhal. 

4. Persoonlijke bescherming

Persoonlijke beschermingsmiddelen spelen ook een belangrijke rol in deze preventiehiërarchie.

  • Regelmatig wassen van de handen met water en zeep is namelijk een zeer effectief middel om zelfinfectie via de handen te vermijden; men raakt gemiddeld 16 keer per uur het eigen gezicht aan. Als werkgever moet je dus zeep en stromend water ter beschikking stellen, evenals wegwerpdoekjes of luchtblazers. Elk type zeep is even effectief tegen het SARS-CoV-2 virus, antibacteriële zeep heeft hier geen meerwaarde. Is toegang tot stromend water niet mogelijk door de aard van de functie? Dan is alcoholgel aangewezen. Dit is bijna even effectief als zeep, maar heeft wel het nadeel dat het meer huidirritatie geeft.
  • Ook mondmaskers kunnen aangewezen zijn, zeker wanneer de afstand van 1,5 meter niet gegarandeerd kan worden, maar wellicht ook bij grotere afstanden wanneer werknemers langere tijd in dezelfde ruimte verblijven.
  • Het huidige negatieve advies hieromtrent vanuit de overheid is eerder ingegeven vanuit een tekort aan mondmaskers, waardoor deze in eerste instantie voorzien moeten worden in de zorgsector waar het risico op besmetting en verspreiding veruit het grootst is. Maar zodra er meer aantallen maskers beschikbaar zijn, zal men dit wellicht ook in een algemene bedrijfssetting gaan aanbevelen.
  • FFP2- of zelfs FFP3-maskers beschermen uiteraard het meest effectief, maar ze resulteren ook in een grote ademweerstand en zijn dus minder geschikt voor langdurig gebruik. Chirurgische mondmaskers zijn aanbevolen wanneer de werknemers contact hebben met veel verschillende mensen en zeker bij nauwer contact. Anders zijn stoffen of zelfgemaakte mondmaskers zeker voldoende.
  • Voor eerste hulp zijn er ook richtlijnen opgesteld vanuit het RIVM. De regel tot een minimumafstand van 1,5 meter mag enkel verbroken worden voor levensreddende handelingen, en dan enkel nog wanneer de hulpverlener handschoenen en een mondmasker ter beschikking heeft.
picto_heropstart_v2

5. Signalering

Waarschuwingen en werkinstructies staan op de laagste ladder van de preventiehiërarchie, maar maken er desalniettemin een cruciaal onderdeel van uit.

  • Je moet de werknemers immers duidelijke instructies geven over het correct en regelmatig wassen van de handen, en over het correct aan- en uitdoen van mondmaskers. Anders hebben deze beschermingsmaatregelen weinig effect.
  • Het is ook zinvol om na te denken op welke strategische plaatsen je dergelijke reminders plaatst. Zo kan het nuttig zijn om de werknemer te herinneren aan het wassen van de handen bij het betreden van het gebouw, net nadat hij of zij deurklinken of liftknoppen heeft aangeraakt.
  • Waarschuwingen kunnen ook bestaan uit het aanbrengen van markeringen op de vloer of op de wanden. Waar werknemers of klanten in een rij moeten staan wachten, kun je met een kruisje aangeven waar ze moeten staan. Om te vermijden dat men de paden gaat kruisen, kun je Ikea-gewijs de gewenste wandelrichting met pijlen aanduiden. 
  • Ook de psychosociale beleving is een belangrijk aandachtspunt voor werknemers die nog aan het werk zijn, of binnenkort het werk moeten hervatten. Zij hebben wellicht angst voor besmetting op het werk of tijdens het pendelen met het openbaar vervoer. Hou hier dus ook rekening mee: hoe kun je deze werknemers de nodige ondersteuning bieden? Een duidelijke en transparante communicatie over de genomen maatregelen kan hierbij helpen. Ook helpt het om de werknemer eraan te herinneren dat hij of zij altijd de mogelijkheid heeft tot een spontane raadpleging bij de arbo-arts of preventieadviseur psychosociale aspecten. Dit kan nu bij quasi alle externe diensten ook heel laagdrempelig via mail of telefoon.

Conclusie

De coronacrisis heeft onze maatschappij voor enorme uitdagingen gesteld. Dit zal in de komende maanden niet anders zijn. Maar met een correcte en kordate aanpak kunnen we dit beheersbaar houden. Het is mogelijk om een gezond evenwicht te vinden tussen de veiligheid en gezondheid van de bevolking en de werknemers enerzijds, en anderzijds de economische noodzaak van onze moderne welvaartsstaat.